Hoge Raad vernietigt vrijspraak van politicus Delano Felter

De door mr. Vermeij verdedigde politicus Delano Felter moet, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 16 december 2014, opnieuw worden berecht door het Gerechtshof in Amsterdam. Twee dagen vóór de aankondiging van het Openbaar Ministerie dat politicus G. Wilders (PVV) vervolgd zal gaan worden, kwam de Hoge Raad met zijn uitspraak op het door het Openbaar Ministerie ingestelde cassatieberoep tegen de vrijspraak van Felter door Hof Amsterdam. Ook de Amsterdamse rechtbank had Felter vrijgesproken van "groepsbelediging". De zaak is nu teruggewezen naar het Gerechtshof, waar mr. Vermeij opnieuw Delano Felter zal bijstaan.

Aan Felter was ten laste gelegd dat hij zich beledigend uitgelaten zou hebben over homoseksuelen, en aangezet zou hebben tot discriminatie van en haat tegen hen. Zowel de Amsterdamse rechtbank als het Hof hadden hem hiervan vrijgesproken.

In de cassatieschriftuur van het Openbaar Ministerie was allereerst geklaagd (kort samengevat) dat het Hof de zogeheten "driestappentoets" niet in acht had genomen, en in feite alleen had getoetst aan de hand van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De "driestappentoets" houdt in dat (i) eerst gekeken moet worden of een uiting "beledigend" is, dat wil zeggen: de menselijke waardigheid van een persoon of groep aantast, (ii) vervolgens bezien moet worden of de "context" waarin een uitspraak is gedaan het beledigende karakter eventueel wegneemt, en (iii) tenslotte beoordeeld moet worden of de uitspraak in "onnodig grievende" bewoordingen is gedaan.

De tweede klacht van het Openbaar Ministerie was dat het oordeel van het Hof over de "context" waarin de uitspraken van Felter waren gedaan, namelijk het publieke debat over de door verdachte bekritiseerde positie die homoseksuelen in de samenleving zouden innemen, onbegrijpelijk was.

De Hoge Raad is aan beide klachten van het Openbaar Ministerie in feite grotendeels voorbij gegaan, en heeft ex cathedra gesteld dat niet alleen uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld strafbaar zijn op basis van de groepsbeledigingsartikelen (artikel 137c Sr e.v.), maar ook "(…) uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid". De Hoge Raad heeft echter geen enkel woord gewijd aan wat het (volkomen vage) begrip "onverdraagzaamheid" dan wel zou moeten inhouden. Ook de wetgever heeft blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 137c en 137d Sr in alle talen gezwegen over dit begrip. Tenslotte komt het begrip "onverdraagzaamheid" ook niet voor in de desbetreffende wetsartikelen – daar wordt slechts gesproken over "zich beledigend uitlaten" en "aanzetten tot haat tegen, discriminatie van of gewelddadig optreden tegen".

Bij de context waarin de uitlatingen door Felter destijds zijn gedaan is overigens ook van belang dat hij zijn uitspraken deed uit een kenbare (katholieke) geloofsovertuiging.

Het arrest (ECLI:NL:HR:2014:3583) is hier te raadplegen.