Jeugdstrafrecht

Binnen het jeugdstrafrecht geldt een ander uitgangspunt dan in het volwassenenstrafrecht. Niet het bestraffen op zichzelf staat centraal, maar het belang van de minderjarige verdachte/dader. Daarom kent het jeugdstrafrecht andere regels voor de bestraffing. Er wordt geen gevangenisstraf opgelegd maar jeugddetentie, en zijn er tal van mogelijkheden om een jongere – en vaak ook zijn ouders – te verplichten om geconstateerde problemen aan te pakken, door begeleiding, cursussen of behandelingen. Die verplichtingen kunnen, bij ernstige feiten of bij ernstige problemen, zeer ingrijpend zijn. Zij gaan soms gepaard met ondertoezichtstelling van de Jeugdbeschermingsinstantie, (OTS) en soms zelfs met uithuisplaatsing (UHP). De machtiging tot OTS en/of UHP wordt (meestal) door de Raad voor de Kinderbescherming aangevraagd in een aparte civiele procedure. Zowel de betreffende minderjarige als diens ouders hebben in die procedure recht op rechtsbijstand.

De Raad voor de Kinderbescherming doet vrijwel altijd onderzoek in de zaken met minderjarige verdachten. In zaken waarin voorlopige hechtenis wordt toegepast streeft men vaak naar vrijlating onder voorwaarden (‘schorsing’), maar die voorwaarden moeten in ernstiger zaken dan vaak wel in een plan van aanpak van de Jeugdbeschermingsinstanties worden neergelegd. Dat duurt soms langere tijd, omdat die instanties onderbezet zijn. De advocaat dient dan actief na te streven dat een plan van aanpak zo spoedig mogelijk wordt opgesteld, anders kan de duur van de voorlopige hechtenis behoorlijk oplopen, terwijl dat juist niet de bedoeling is.

Zowel in procedures betreffende jeugdstrafrecht als in procedures betreffende OTS en UHP beschikt NVVS advocaten over de vereiste specialistische kennis.