Verkeersstrafrecht

Als deelnemer aan het verkeer kan het gebeuren dat een verkeersongeluk wordt veroorzaakt of een verkeersfout wordt begaan. Dit kan betekenen dat een gewone verkeersdeelnemer ineens verdachte  van een strafbaar feit wordt, die mogelijk te maken krijgt met de invordering van het rijbewijs of maatregelen die worden genomen door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). NVVS advocaten kan u in al deze gevallen van gespecialiseerde rechtsbijstand voorzien.

Lees onderaan deze pagina meer over; klaagschrift tegen ingehouden rijbewijs, inhouding en invordering rijbewijs en verkeersdelicten.

Naast ervaring binnen het ‘gewone’ strafrecht, beschikt NVVS advocaten ook over een bijzondere expertise in het luchtverkeersstrafrecht. Ook in de luchtvaart kan het strafrecht een rol spelen indien er fouten worden gemaakt of (bijna -) ongelukken plaatsvinden. NVVS heeft ervaring in dit deelgebied van het (verkeers- )strafrecht en kan natuurlijke personen, bedrijven of (overheids-) organen adviseren en bijstaan in dergelijke kwesties.

Klaagschrift tegen ingehouden rijbewijs

Tegen het besluit van de officier van justitie om het rijbewijs voor langere tijde in te houden kan worden geklaagd bij de rechtbank middels het indienen van een klaagschrift. Het is verstandig om u daarin bij te laten staan door een advocaat; er kan slechts éénmaal over het besluit van de officier van justitie worden geklaagd. U kunt altijd vrijblijvend contact met ons opnemen zodat wij u kunnen informeren over de slagingskansen van het indienen van een klaagschrift in uw specifieke geval.

Het klaagschrift wordt in raadkamer van de rechtbank behandeld. NVVS advocaten heeft veel ervaring met dergelijke raadkamers en kan u daarin van kundige bijstand voorzien.

Inhouding en invordering rijbewijs

Het meest directe en ook ingrijpende gevolg van het begaan van een (ernstige) verkeersovertreding is de inhouding en invordering van het rijbewijs. De politie kan een rijbewijs invorderen in een aantal specifiek in de wegenverkeerswet genoemde gevallen:

  • Bij constatering van een ademalcoholgehalte van meer dan 570 µg/l of 350 µg/l bij een beginnende bestuurder;
  • Bij constatering van een ademalcoholgehalte in het bloed van meer dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;
  • Wanneer er een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte te hoog is;
  • In geval van weigering om mee te werken aan het alcoholonderzoek;
  • Bij snelheidsovertredingen van meer dan 50 km/u bij het rijden in een auto en 30 km/h bij het rijden op een bromfiets;
  • Bij een overtreding waardoor de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht.

Indien de politie het rijbewijs invordert, dan behoort dit rijbewijs zo snel mogelijk – maar in ieder geval binnen drie dagen – aan de officier van justitie te worden gestuurd. De officier van justitie moet binnen tien dagen na de invordering beslissen of het rijbewijs voor langere tijd wordt ingehouden. Besluit de officier van justitie niet binnen tien dagen, dan moet het rijbewijs (automatisch) worden teruggegeven. De officier van justitie moet ook besluiten tot teruggave indien geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zal worden opgelegd. De officier van justitie kan ook besluiten om het rijbewijs voor langere tijd in te houden. Dan moet er wel sprake zijn van andere feiten en omstandigheden op basis waarvan er ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw één van bovengenoemde overtredingen zal begaan. Van het besluit wordt een schriftelijk bericht verzonden, waarin staat aangegeven voor welke periode het rijbewijs wordt ingehouden. De beslissing daarover is gebaseerd op de verwachting van de officier van justitie over de duur van de uiteindelijk door de rechter op te leggen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Onze advocaten hebben de ervaring en expertise om in een voorkomend geval de officier van justitie te verzoeken om de beslissing tot inhouding van het rijbewijs te herzien. De officier van justitie maakt op basis van een dergelijk gemotiveerd verzoek een nieuwe afweging.

De beslissing van de officier van justitie is een voorlopige. De uiteindelijke beslissing wordt later genomen. Dat kan door middel van een door de officier van justitie op te leggen strafbeschikking, door middel van het besluit tot niet verdere vervolging en door dagvaarding voor de Rechtbank. In het laatste – meest voorkomende - geval besluit de rechter of het ten laste gelegde feit (de verkeersovertreding) kan worden bewezen en welke straf daarbij moet worden opgelegd. Ook indien het rijbewijs wel meteen teruggaat kan er nog een dagvaarding en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid volgen. De tijd die het rijbewijs voorlopig is ingehouden,k wordt afgetrokken van de uiteindelijke duur van de ontzegging van de rijbevoegdheid. Het rijbewijs moet sowieso worden teruggegeven indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de invordering is aangevangen en binnen die termijn geen strafbeschikking is uitgevaardigd.

Is uw rijbewijs ingevorderd, neem dan direct contact op met één van onze gespecialiseerde advocaten. Zij kunnen u meteen van advies voorzien.

Verkeersdelicten

Indien u als verdachte van één van de hiernavolgende delicten wordt aangemerkt, is het raadzaam om zo snel mogelijk contact op te nemen met één van onze gespecialiseerde advocaten die ruime ervaring hebben met bijstand van verdachten ter zake van deze delicten:

  • Verkeersongeval (artikel 6 Wegenverkeerswet): een aan uw schuld te wijten verkeersongeval waardoor een ander zwaar letsel wordt toegebracht of wordt gedood;
  • Doorrijden na ongeval (artikel 7 Wegenverkeerswet): het is verboden om na een verkeersongeval waarbij u betrokken was de plaats van het ongeval te verlaten indien er sprake is van letsel of schade. U moet minst genomen de gelegenheid hebben geboden tot vaststelling van uw identiteit;
  • Rijden onder invloed (artikel 8 Wegenverkeerswet): bij rijden onder invloed gaat het om gebruik van alcohol én andere stoffen die de rijvaardigheid zodanig verminderen dat u niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht;
  • Gevaar op de weg veroorzaken (artikel 5 Wegenverkeerswet): deze bepaling wordt veelal door het Openbaar Ministerie gebruikt wanneer uw gedraging niet onder de voornoemde bepalingen valt, maar strafrechtelijk ingrijpen volgens het Openbaar Ministerie wel geïndiceerd is. Hiervan is sprake wanneer uw gedrag gevaar veroorzaakt of het verkeer daarvan hinder ondervindt;

Snelheidsovertredingen: onder de 30 km/h worden de snelheidsovertredingen afgedaan met een boete. Daarvoor ontvangt u een acceptgiro van het CJIB. Snelheidsovertredingen daarboven worden strafrechtelijk afgedaan